Citaten 2022

instructies en citaten in pdf

   

De leerlingen mogen schrijven in het Duits, het Frans, het Engels en het Nederlands.

De leerlingen kiezen één van de vier onderstaande citaten. De vorm waarin men het essay schrijft is volledig vrij : men kan een filosofische analyse maken, men kan argumenteren pro of contra, zelfs pro én contra de filosofische stellingname die men in het gekozen citaat leest,...

De maximum lengte van de essays is vastgelegd op 1500 woorden, dus ca. 3 pagina’s.

Het is verboden de eigen naam, de school, of zelfs de gemeente of de stad … te vermelden in de essays. De leerkrachten moeten nakijken of de essays op een anonieme manier zijn ingediend: de gegevens van de leerlingen en de scholen worden ingegeven in het elektronische systeem « easychair » maar de essays zelf moeten dus anoniem zijn, zo niet wordt het essay gediskwalificeerd.

Een school mag per 50 studenten in de derde graad slechts één essay indienen voor de Belgische preselectie.

De criteria voor de beoordeling tijdens de Belgische preselectie zijn dezelfde als voor de eigenlijke IPO:

The criteria of evaluation are:

  • relevance to the topic / relevant zijn voor het gekozen citaat
  • philosophical understanding of the topic / filosofisch begrip tonen van het onderwerp van het gekozen citaat
  • persuasive power of argumentation / overtuigingskracht van de argumentatie
  • coherence / coherentie
  • originality / originaliteit

 

Citaten, 2022

Topics Belgian Preselection IPO 2022 Nederlands

Lisbon, “Identity and Person” 26-29/05/2022

 

1. Álvaro de Campos (Fernando Pessoa) : identiteit en persoon.

Ik ben niets. Ik zal nooit iets zijn. Ik kan ook niet iets willen zijn.
Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld. […] Ik ben geworden wat ik niet kon zijn, En wat ik zijn kon ben ik niet geworden. De domino die ik aantrok was de verkeerde. Men herkende mij meteen als de persoon die ik niet was en ik ontkende niet, en was verloren.
Toen ik het masker wilde afdoen, Zat het vast aan mijn gezicht. Toen ik het afdeed en mij in de spiegel zag, Was ik reeds oud geworden. Ik was dronken, kon de domino niet aan die ik niet uitgetrokken had. Ik wierp het masker weg en ik ging slapen in de vestiaire Als een hond die wordt getolereerd door de directie Omdat hij ongevaarlijk is En ik schrijf dit verhaal om te bewijzen hoe subliem ik ben.

Pessoa, Sigarenwinkel (Tabacaria), Vertaling August Willemsen

2. Seneca : oorlog

Niet alleen in ons particulier leven maar ook als samenleving gedragen wij ons krankzinnig. Individuele gevallen van moord en doodslag proberen wij te voorkomen, maar wat denk je van oorlogen en misdadige volkerenmoorden waarop wij zo trots zijn ? (…) Mensen, het meest zachtmoedige geslacht, schamen zich niet trots te zijn omdat zij elkaars bloed laten vloeien, oorlog te voeren en aan hun kinderen te leren oorlog te voeren, terwijl zelfs stomme wilde dieren in vrede leven met elkaar. Geconfronteerd met zo een machtige en wijdvertakte waanzin is ook de filosofie gecompliceerder geworden en heeft zij evenveel aan sterkte moeten winnen als de krachten waartegen zij zich richt.

Seneca, Brieven aan Lucilius 95, 30-32 (Vertaling Cornelis Verhoeven)

3. Spinoza : politiek en vrijheid

Het is niet, zo wil ik zeggen, het doel van de politiek om de mensen van redelijke wezens tot dieren of automaten te maken, maar integendeel om ervoor te zorgen dat hun geest en lichaam veilig kunnen functioneren en dat zijzelf de vrije rede gebruiken en niet met haat, toorn of bedrog strijden, noch zich door bittere gevoelens jegens elkaar laten meeslepen. Het doel van de politiek is dus in werkelijkheid de vrijheid.

Spinoza, Theologisch-politiek traktaat § 20 (Vert. Fokke Akkerman)

4. Aline B. Saarinen: kunstfilosofie

De meest intrigerende vraag van alle is deze: als een vervalsing met zoveel expertise is vervaardigd dat er zelfs na het meest grondige en vertrouwenswaardige onderzoek nog steeds twijfel bestaat over de authenticiteit, is het dan een kunstwerk dat even bevredigend is als wanneer het ontegensprekelijk echt zou zijn ?

Aline B. Saarinen New York Times Book Review, July 30, 1961 (Vert. D. Praet)